Tijdelijke coulance regeling SZW

Tijdelijke coulance regeling SZW

Onderstaand een samenvatting van de voor houders belangrijkste kortetermijnmaatregelen om de effecten van de werkdruk en personeelstekort te beperken.

Wettelijke regelingen

  1. Per 15-1-2022 wordt het percentage formatief in te zetten medewerkers in opleiding verhoogd naar 50%. Deze maatregel geldt voor een periode van 6 maanden.
  2. SZW onderzoekt met de branchepartijen onder welke omstandigheden een medewerker in opleiding wel als vast gezicht kan worden ingezet zonder afbreuk te doen aan de stabiliteit van de opvang. Deze versoepeling geldt nog niet maar BK spant zich tot het uiterste in om deze maatregel zo spoedig mogelijk te laten invoeren.

Handhaving en Toezicht
In aanvulling op de boven staande versoepelingen zal in het toezicht en de handhaving rekening worden gehouden met verzachtende omstandigheden of overmacht. Deze maatregel gaat in op 15 december 2021 met een looptijd van een half jaar.

Kwaliteitseisen waarvan kan worden afgeweken

  • Opvang in één stam- en basisgroepen,
  • het opvangen in één stamgroepruimte,
  • de inzet van beroepskrachten in opleiding,
  • het vaste gezichtencriterium,
  • de drie-uursregeling en
  • de kwalificatie-eisen voor voorschoolse educatie

Bovenstaande eisen lenen zich naar verwachting voor de constatering dat er verzachtende omstandigheden gelden zonder grote inbreuk op de kwaliteit van de opvang en de voorschoolse educatie.

Indien een kwaliteitseis niet is nageleefd rapporteert de toezichthouder een overtreding in het inspectierapport. Als sprake is van verzachtende omstandigheden of overmacht beschrijft de toezichthouder de situatie en adviseert hij de gemeente op welke onderdelen eventueel geen handhaving hoeft plaats te vinden. De gemeente kan vervolgens in het handhavingsbesluit rekening houden met de omstandigheden. Deze informatie komt terug in één oogopslag. De situaties waarin niet voldaan wordt aan wettelijke kwaliteitseisen blijven dus voor iedereen in beeld en kunnen door de gemeente in de afweging worden betrokken.

Er zal door GGD GHOR Nederland en de VNG een handleiding worden opgesteld die toezichthouders helpt bij het in kaart brengen van de verzachtende omstandigheden of overmacht, en handhavers bij het nemen van een handhavingsbesluit in deze situaties. Belangrijk is dat te allen tijde sprake moet zijn van verantwoorde kinderopvang en voorschoolse educatie.

Van houders van kinderopvangorganisaties zal worden gevraagd zich in te spannen om situaties waarin wordt afgeweken van kwaliteitseisen te voorkomen. Houders stellen een plan op waarin zij aangeven hoe in situaties van personeelstekort gehandeld wordt. De Brancheorganisatie Kinderopvang zal op korte termijn hiervoor een stappenplan publiceren. Dit plan bespreken zij met de eigen pedagogisch medewerkers (bijvoorbeeld via de OR) en met ouders (bijvoorbeeld via de oudercommissie). Dit draagt bij aan rust en duidelijkheid binnen de organisatie. Tijdens de inspectie wordt de toezichthouder van dit plan op de hoogte gesteld. Dit draagt bij aan het aantoonbaar maken van de inspanningen die een houder heeft verricht om aan de wettelijke kwaliteitseisen te blijven voldoen.

Deze werkwijze zal gemonitord worden. Daarbij zullen de brancheorganisaties, toezichtpartijen en het ministerie van SZW en OCW regelmatig signalen met elkaar delen. Drie maanden na de invoering van deze maatregelen, wordt in overleg tussen alle partijen bezien of de werkwijze bijstelling behoeft.