Onderzoeken bestuurlijke afspraken ‘een aanbod voor alle peuters’

13 maart 2018

Onderzoeken bestuurlijke afspraken ‘een aanbod voor alle peuters’

In 2016 hebben Rijk en VNG bestuurlijke afspraken gemaakt om een aanbod van peuteropvang voor alle peuters te realiseren. Hiervoor heeft het Rijk vanaf 2016 een budget beschikbaar gesteld dat oploopt tot structureel € 60 miljoen in 2021. Dit is bedoeld voor peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (KOT) en die nog geen gebruik maken van peuteropvang.

Op 8 maart jl. zijn aan de Tweede kamer de resultaten aangeboden van twee onderzoeken die betrekking hebben op deze bestuurlijke afspraken. Het eerste onderzoek is een monitor om het bereik van het aantal peuters en de inspanningen die gemeenten leveren in kaart te brengen. Het tweede onderzoek gaat in op de verwachte maatschappelijke effecten van de bestuurlijke afspraken.

Monitor bereik
Uit de monitor blijkt dat er plm. 11.400 peuters, van wie de ouders geen recht op KOT hebben, nog geen gebruik maken van peuteropvang. Dat is aanmerkelijk lager is dan het aantal van 40.000 peuters waarvan werd uitgegaan toen de bestuurlijke afspraken werden gemaakt. De 60 miljoen is daarop gebaseerd.
Er zijn daarnaast 24.200 peuters van ouders mét recht op KOT, die niet deelnemen aan peuteropvang. Uit de monitor blijkt verder dat 92 procent van de gemeenten bezig is met het onderzoeken van mogelijkheden, het opstellen en/of realiseren van een plan om een aanbod te doen aan álle peuters.

Maatschappelijke effecten
Uit het onderzoek naar de verwachte maatschappelijke effecten blijkt dat de baten die tegenover de kosten van peuteropvang staan, verschillen per type gezin. In het algemeen wegen de baten op tegen de kosten, waarbij de baten vooral terecht komen bij peuters uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status.

Uit beide onderzoeken blijkt dat met name principiële bezwaren een belangrijke reden zijn voor ouders om hun kind niet deel te laten nemen aan peuteropvang.

Vervolg
Het doel van de bestuurlijke afspraken van 2016 is om alle peuters een aanbod aan te bieden. De resultaten van de eerste meting van de monitor laten zien dat vrijwel alle gemeenten inspanningen leveren om alle peuters te bereiken. Omdat het aantal peuters van ouders zonder recht op KOT, die nog niet deelnemen aan peuteropvang met 11.400 peuters aanmerkelijk lager is dan het aantal waar in de bestuurlijke afspraken van werd uitgegaan (40.000) ziet staatsecretaris Van Ark een aanknopingspunt om te kijken of de bestuurlijke afspraken aangepast moeten worden. Zij gaat daarover met de VNG in gesprek.

De Monitor Bereik 2017 vind je hier.
Het onderzoek naar de verwachte maatschappelijke effecten vind je hier.

Gerelateerde dossiers Harmonisatie Peuterspeelzaalwerk