Welke ruimte biedt de jaarurensystematiek?

Als een organisatie met de jaarurensystematiek werkt, dan heeft de werkgever op grond van artikel 4.5 lid 1 de ruimte om per maand de werktijden van een werknemer maximaal 20% naar boven of 20% naar beneden af te laten wijken van de overeengekomen gemiddelde arbeidsduur per maand. Als gevolg van de jaarurensystematiek werkt de werknemer geen vast aantal uren meer per maand. Wel ontvangt de werknemer een vast salaris per maand, ondanks dat de werknemer in de ene maand min-uren heeft en in de andere maanden plusuren. De coronacrisis doet daar niets aan af. Ook doet hieraan niet af dat er een tijdelijke regeling geldt van overheidswege voor de compensatie van de ouderbijdrage en de voortzetting van de kinderopvangtoeslag.

Artikel 4.5 van de Cao maakt het mogelijk om de inzetbaarheid van medewerkers (tijdelijk) met 20% te verlagen. Van de bandbreedtes van 20% kan niet worden afgeweken.

Houdt er wel rekening mee dat zowel het totale aantal plusuren als het totale aantal min-uren op enig moment gedurende het kalenderjaar niet meer mag bedragen dan de gemiddelde arbeidsduur per maand. Het uitgangspunt is dat er per 31 december geen urensaldo resteert.

Eventuele min-uren komen aan het einde van het kalenderjaar te vervallen en zijn daarmee voor rekening van de werkgever. Plus-uren worden gecompenseerd in geld of vrije tijd.

Als de roosters in deze periode of de komende periode sterk afwijken van wat gebruikelijk was/is in de organisatie, vinden we wel dat de werkgever dat moet kunnen onderbouwen. Wij adviseren dat de werkgever dit bespreekt met de medezeggenschap. Doel is om met elkaar de dialoog te voeren over hoe hiermee om te gaan in deze bijzondere tijd en hoe je hier samen het beste uit kunt komen.