Hoe moet je als werkgever omgaan met medewerkers die hun vakantie willen verzetten omdat hun reis is geannuleerd vanwege het coronavirus?

Wanneer de vakantie conform de wens van de medewerker is vastgesteld, moet de medewerker in beginsel ook daadwerkelijk in de betreffende periode vakantie opnemen. De wet voorziet alleen in een wijzigingsmogelijkheid voor de werkgever bij bijzondere omstandigheden. De medewerker heeft dit recht dus niet. Dit zou anders zijn als de werkgever de aanvraag nog niet had goedgekeurd.

Mocht de medewerker wegens onvoorziene omstandigheden haar vakantie willen intrekken/verzetten, dan moet zij dit overleggen met haar werkgever. De werkgever heeft niet de verplichting hierin mee te gaan maar dient zich hierin, zo veel als mogelijk, als goed werkgever te gedragen. Dat betekent onder andere dat de werkgever een eventuele afwijzing van het verzoek moet onderbouwen. Belangrijk is dat er – vanuit goed werkgeverschap en goed werknemerschap – maatafspraken worden gemaakt, waarbij zoveel mogelijk wordt gekeken wat wel kan, gelet op de wensen van de medewerker en de mogelijkheid van de werkgever om zijn organisatie draaiend te houden.

Verder vinden wij het wel verdedigbaar dat de werkgever niet akkoord gaat met massale vakantieopname in een beperkte periode in bijvoorbeeld de tweede helft van het jaar. Dit gelet op zwaarwegende belangen/gewichtige redenen van de werkgever rond de bedrijfsvoering en personeelsbezetting. Ook de medewerker dient zich immers als goed werknemer te gedragen.

Wanneer de medewerker ondanks de annulering van de reis toch verlof wil opnemen, dan kan dat ook. De vakantieperiode hoeft dan uiteraard niet verschoven te worden.