Minister Koolmees (SZW) en onderzoekers LKK omarmen het hybride stelsel

04 mei 2021

Minister Koolmees (SZW) en onderzoekers LKK omarmen het hybride stelsel

De minister van SZW, Wouter Koolmees, heeft drie onderzoeken rondom kinderopvang naar de Tweede Kamer gestuurd. De meest in het oog springende daarvan is de toekomstverkenning van het ecosysteem van kinderopvang. De minister omarmt in zijn begeleidende brief de uitkomsten van het LKK-rapport.

Aan het onderzoek van de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK) hebben een groot aantal deskundigen uit verschillende werkvelden meegewerkt en ook een aantal ouders. Dit onderzoek is in opdracht van het ministerie van SZW gedaan omdat de reguliere kwaliteitsmeting als gevolg van Corona niet uitgevoerd kon worden. Het onderzoek heeft veel realistische inzichten over de toekomst van de Nederlandse kinderopvang opgeleverd.

IJkpunten eventuele hervormingen
Het LKK-rapport stelt vast dat er een brede consensus is voor een toegangsrecht voor alle kinderen van minimaal 2 dagen (dagopvang) en 8-10 uur (BSO). Een dergelijk toegangsrecht zou de toegankelijkheid van de kinderopvang vergroten. Een belangrijke voorwaarde voor eventuele hervormingen van het kinderopvangstelsel. Daarnaast moet er sprake zijn van transparante en eenvoudige financiering. En vooral belangrijk ook: geen uniformering van het aanbod. Wel is het van belang dat het stelsel garanties biedt voor een hoog kwaliteitsniveau.

De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang is betrekkelijk hoog. De onderzoekers stellen naar aanleiding van de gesprekken die ze hebben gevoerd vast dat bij hervormingen waarbij een basistoegangsrecht wordt ingevoerd, de basiskwaliteit van deze voorzieningen voor alle kinderen op een hoog niveau zou moeten liggen.

Het onderzoek stelt verder dat samenwerking in netwerken van verschillende typen organisaties uit de sectoren kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp en jeugdzorg, welzijn en kind- en jeugdwerk op lokaal – wijk, gemeente of regio – niveau een wenselijke weg om te bewandelen is. Daarbij zijn hybriditeit (profit en not-for-profit), complementariteit, inter-professionaliteit en gelijkwaardigheid van partners belangrijke voorwaarden voor het effectief functioneren van netwerken.

Evenwicht maatschappelijke en commerciële doelen
Het hybride stelsel functioneert goed en biedt ruimte aan diversiteit, complementariteit, samenwerking, maatschappelijke doelen en ondernemerschap. Het LKK-rapport stelt dan ook dat met de juiste kaders en de juiste verantwoordelijkheid, ondernemerschap een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van de kinderopvang. De nadruk ligt hier enerzijds op heldere kaders voor ondernemers in bijvoorbeeld regelgeving, en anderzijds op het maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Al in 2019 publiceerde de BK een interview met één van de LKK-onderzoekers, Pauline Slot, waaruit bleek dat de sociaal-geëngageerde organisatie het beste scoort op kwaliteit. Dat komt opnieuw terug in dit onderzoek. Het is daarmee volgens de BK dan ook een nadrukkelijk pleidooi voor een hybride sector met ruimte voor ondernemerschap, waarbij maatschappelijke en commerciële doelen in evenwicht met elkaar zijn.

De minister van SZW onderschrijft deze lezing ook: “De sociaal-geëngageerde professionele organisatie sluit bij deze constatering aan en vertegenwoordigt een type waar marktdenken en klantgerichtheid, gemeenschapsoriëntatie en professionele waarden evenwichtig verenigd zijn en waar management en professionals als team samenwerken.

Het hybride Nederlandse stelsel biedt ruimte voor dit type organisatie, waarbij het dus gaat om de samenhang van strategische keuzen die kinderopvangorganisaties maken en de organisatiekenmerken die hiermee in lijn zijn gebracht. De missie van de organisatie en de nadruk op professionaliteit zijn daarbij kernaspecten. Het is deze samenhang die van invloed is op de geboden kwaliteit van opvang.”

Het hele rapport download je hier.
De begeleidende Kamerbrief van de minister van SZW vind je hier.