Driehonderdzeven Woorden

20 november 2020

Driehonderdzeven Woorden

Over de parlementaire hoorzitting Kinderopvangtoeslag

Waarom organiseren we in Nederland alles de laatste twintig jaar zo ingewikkeld? Waarom raken departementen in een hopeloze stammenstrijd met elkaar verzeild als het misloopt met de uitvoering van de Kinderopvangtoeslag?

De verhoren afgelopen week van topambtenaren door de parlementaire onderzoekscommissie zijn ideaal materiaal voor een politieke dramaserie als Borgen. Ambtenaren kunnen tegenover de soms stomverbaasde Tweede Kamerleden niet met meel in de mond spreken. Ze zijn ronduit eerlijk, dat is de grote winst. Ze geven deemoedig commentaar op hun eigen territoriumgedrag.

Wat me verbaast is het gebrek aan lust om samen te werken. Als de bellen gaan rinkelen omdat ouders ernstig gedeputeerd worden door ingewikkelde regels en fouten maken, waardoor ze in de schulden komen, waarom zijn er dan geen alerte ambtenaren bij beide ministeries die even met elkaar gaan bellen om een adequate oplossing te verzinnen? Kennen ze elkaar niet, is er verbod op intensieve samenwerking van kracht?

Tegenwoordig zitten hoge ambtenaren vier, hooguit vijf jaar op dezelfde positie. Ze maken onderdeel uit van de zogeheten Algemene Bestuursdienst en rouleren dus van plek en van ministerie. Het grote voordeel hiervan zou toch moeten zijn dat ze zich veel meer identificeren met het algemeen belang, dus het belang van de burger en niet het ééndimensionale belang van het departement dat ze tijdelijk dienen?

Waarom lopen we elkaar in Nederland voor de voeten, in dit geval ambtenaren bij de Rijksdienst? Ik sprak één dezer dagen een gepensioneerde registeraccountant die als een antropoloog zonder pretenties naar de parlementaire hoorzitting kijkt. Zijn waarneming is interessant. Met te grote departementen en lange communicatielijnen verdwijnt het gemeenschapsgevoel. In een dun bevolkt land als Zweden met donkere dagen en grote afstanden, is er een sterk besef dat je het met elkaar moet oplossen. In Nederland neemt dat besef nog steeds af, dat is geen vrolijk perspectief.

Felix Rottenberg.