ALV 31 oktober 2019: ‘Voor eigentijdse kinderopvang’

31 oktober 2019

ALV 31 oktober 2019: ‘Voor eigentijdse kinderopvang’

Ruim 120 leden van de Brancheorganisatie Kinderopvang waren bijeen in ’t Spant in Bussum ter vaststelling van de strategische visie en herpositionering van hun vereniging. In levendige ronde-tafelsessies deelden zij hierover hun actuele inzichten en aanscherpingen. Uitkomst was dat de nieuwe positionering onder de titel: ‘voor een eigentijdse kinderopvang’ breed werd omarmd.

Bij de aftrap van de ALV is het Visiedocument 2019-2022 besproken en op onderdelen aangescherpt. Kern is dat kinderopvang essentieel is voor ouders in spitsuur van hun leven. Kinderopvang heeft een zelfstandige professionele functie in de ontwikkeling van kinderen tussen 0-12 jaar. Het huidige stelsel met marktwerking en driepartijen financiering speelt in op vragen en behoeften in de samenleving. De diversiteit in aanbod van de sector is van toegevoegde waarde voor ouders en kinderen. Daarbij zijn drie prioriteiten gesteld:

1. Helder positioneren van de sector en van de Brancheorganisatie Kinderopvang als autoriteit in de kinderopvang.
2. Faciliteren van doorontwikkeling kwaliteit en dienstverlening kinderopvang.
3. Het verder professionaliseren van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Nieuwe positionering
De geactualiseerde visie en ambitie leidt tot een nieuwe positionering onder de titel ‘Voor eigentijdse kinderopvang’. Magda Heijtel: ‘We doen dit als BK op een grondige, ondernemende en innovatieve manier en altijd in verbinding met ouders/kinderen en andere stakeholders.’ In reacties gaven leden aan: ‘Het is sterk, herkenbaar en hier kunnen we in de praktijk mee aan de slag’. Tegelijk is nog niet alles ‘eigentijds’ in de kinderopvang en in onze benadering, zo werd opgemerkt. Juist daarom is er ruimte voor eigen inkleuring en verdere aanscherping bij de positionering, want het is een levend document. Het inspireert tevens richting aanpalende activiteiten zoals de GGD: ‘We willen graag ook een eigentijdse inspecteur die is ingevoerd in de praktijk van de kinderopvang.’

Naast de nieuwe positionering kwamen de diverse actuele dossiers aan de orde:

Samenwerking kinderopvang & onderwijs
De samenwerking kinderopvang en onderwijs is een actueel thema waar de BK druk op heeft gezet richting inspectie en ministerie om een heldere uitspraak over de positie van kinderopvang ten opzichte van onderwijs. ‘Het duurt gewoon te lang om hier helderheid over te krijgen, terwijl het leidend is voor verdere actie,’ aldus Magda Heijtel. Zij kon melden dat is toegezegd dat er nu binnen drie weken uitsluitsel komt. Daarbij riep ze leden op voor een op te richten themagroep om de kinderopvang goed op de kaart te zetten in deze discussie.

Manifest BK, BMK en BOinK
‘Veranker de unieke expertise van de kinderopvang,’ is de titel van het gezamenlijke document van drie belangenbehartigers, waarin drie pijlers van de kinderopvang tot uiting komen. Dit omvat het drieluik: voor ontwikkeling van het jonge kind (0-6), voor bredere talentontwikkeling van het oudere kind 6-12 jaar) en ter ondersteuning van en als dienstverlening aan ouders. Dit manifest gaat naar alle leden en maakt duidelijk welke thema’s vanuit gezamenlijk belang zijn te behartigen.

Verbeterde Governance Code
Bestuurslid Eddy Brunekreeft duidde het belang van de vernieuwde Governance Code waaraan ook de Brancheorganisatie Kinderopvang zich heeft gecommitteerd. De oude code – van meer dan 100 pagina’s vol voorschriften – is daarbij getransformeerd naar een zes pagina’s tellend document vanuit waarden en met meer ruimte voor diversiteit. Daarmee is het geschikter voor de uiteenlopende organisatiemodellen in de sector. Brunekreeft riep de leden op om de code als levend document te gebruiken in dialoog met alle betrokkenen.

Arbeidsmarktkrapte activiteiten
Beleidsmedewerker Carla Schipperheijn brak een lans voor extra activiteiten om de kinderopvang nog beter als aantrekkelijke sector neer te zetten in de arbeidsmarkt. Hieraan wordt inmiddels volop gewerkt en zijn verschillende acties in voorbereiding. Dit varieert van zichtbaar verbeterde (cijfer)informatie op websites zoals www.kinderopvang-werkt.nl tot en met een nieuwe campagne om pedagogische medewerkers te werven en goed op te leiden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met partijen van de MBO-raad tot en met ministeries. Vanuit de vergadering klonk de oproep om ook gastouders en de positie van mannen in de sector in de campagne te betrekken. Ook kwam het spontane idee om alle oud medewerkers in de kinderopvang persoonlijk te benaderen, als poging om de nood te lenigen.

Toezichtdossiers
BK-specialist Rob Schaalje behandelde de actualiteit van de lopende toezichtdossiers. Wat betreft ‘locatie-overstijgend opvangen’, zijn er uiteindelijk nog maar twee smaken over. Dit zijn locatie-overstijgende opvangen middels het contract tussen ouders en houder, of een activiteit die georganiseerd is op een andere locatie. Bijvoorbeeld met een spel of leerelement.

Daarnaast spelen de drie-uursregeling en het vaste gezichtencriterium. Moeilijkheid hierbij is dat de inspecteurs in de verschillende regio’s werken vanuit eigen interpretatie van de regels, waarbij er enerzijds voorbeelden zijn van rekkelijk toepassing vanuit het principe: pas toe of leg uit en anderzijds rigide controles zonder begrip voor de situatie.

Vaccinatie-paradox
Over het vaccinatiedossier kon Magda Heijtel kort zijn, omdat BK hier vaak en veel over heeft gecommuniceerd: Als BK steunen wij het rapport ‘Prikken voor elkaar’ van de commissie Verheij, doch niet het D66-wetsvoorstel tot verplichte inenting voor kinderopvang. ‘Het probleem van de lage vaccinatiegraad hoort niet bij de kinderopvang te liggen,’ herhaalde Heijtel, ‘want een verplichting in de opvang creëert enkel schijnveiligheid. Ten eerste omdat de helft van de kinderen gemiddeld 2 dagen per week opvang gebruikt. Ten tweede omdat deze extra administratie onuitvoerbaar en niet controleerbaar is. Voor het daadwerkelijk beschermen van de volksgezondheid draait het om het verhogen van de algehele en regionale vaccinatiegraad naar 95%. Hierbij is de route van persoonlijke benadering en overtuigen te prefereren.’