Kwaliteitseisen Voorschoolse Educatie aangepast

13 maart 2018

Kwaliteitseisen Voorschoolse Educatie aangepast

Op 7 maart jl. heeft minister Slob de Tweede kamer laten weten dat hij van plan is de eisen met betrekking tot de beroepskracht in de voorschoolse educatie (ve) aan te passen. Hierdoor wordt het mogelijk om een pedagogisch medewerker die nog bezig is met ve-scholing formatief in te zetten. Om deze mogelijkheid te realiseren is een Wijzigingsbesluit nodig. De wijziging zal met terugwerkende kracht in werking treden met ingang van 1 januari 2018. Formeel geldt nu dus nog de huidige regel dat beide beroepskrachten volledig ve-gekwalificeerd moeten zijn. Maar met het Wijzigingsbesluit in het vooruitzicht roept de minister de gemeenten op om in hun toezicht en handhaving uit te gaan van de aankomende wijziging.

Aanleiding voor deze versoepeling is dat uitvoeringsproblemen zijn ontstaan, nu de eisen aan de ve-scholing per 1 januari zijn aangescherpt. Er kunnen vanaf die datum alleen nog nieuwe medewerkers in dienst genomen worden met een afgeronde ve-opleiding. Daardoor ontstaat nu een aanbod van gecomprimeerde opleidingen zonder praktijkcomponent. Brancheorganisatie Kinderopvang heeft samen met SWN en BMK aangedrongen op een regeling waardoor ‘leren in de praktijk’ mogelijk blijft, omdat dit de kwaliteit van ve ten goede komt.

Concreet wil de minister het mogelijk maken dat op een ve-groep waar twee beroepskrachten ve worden ingezet, kan worden volstaan met één voor ve gekwalificeerde beroepskracht, als

a. de tweede beroepskracht met de ve kwalificerende opleiding is gestart;
b. de tweede beroepskracht voldoet aan de overige kwalificatie-eisen die gelden;
c. deze afwijking niet langer duurt dan de duur van de ve-opleiding, met een nog te bepalen maximumduur.

De precieze invulling van de voorwaarden wordt op korte termijn uitgewerkt in samenspraak met het veld.

De brief aan de Tweede kamer vind je hier.