Hybride stelsel blijft beste | 03 december 2019

Hybride stelsel blijft beste

Innovatie en kwaliteitsontwikkeling in de kinderopvang gedijen het beste in het zogenaamde hybride stelsel, ook wel als ‘publiek-privaat’ omschreven. Dat stellen voorzitter Felix Rottenberg en directeur Magda Heijtel van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Politieke partijen, Adviesorganen als SER, belangenorganisaties als VNO-NCW treffen eerste voorbereidingen voor de aankomende verkiezingen en de daarop volgende kabinetsformatie van 2021.

Interessant in dit verband is het SER-standpunt ‘Gelijk goed van start’ (*uit januari 2016) dat het toegangsrecht voor kinderen tot de kinderopvang als uitgangspunt neemt: in eerste instantie voor 2 tot 4-jarigen, met het vooruitzicht naar 0-4 jarigen en uiteindelijk voor de hele groep kinderen van 0 tot 12 jaar. Als BK pleiten wij er al sinds 2016 voor om geen knip te maken tussen 0-2-jarigen en 2-4-jarigen. En dat zullen we blijven doen.

BK onderschrijft dit realistische advies ook anno 2019, waarin wordt uitgegaan van aanpassingen binnen het huidig stelsel. Ouders houden de keuze om zelf te bepalen of zij gebruik willen maken van voorzieningen. Deze keuzevrijheid voor ouders vormt volgens de raad een belangrijk onderdeel van de visie op een toekomstig stelsel.

De belangrijkste vragen voor de nabije toekomst zijn:

  • Hoe zien kind voorzieningen er anno 2025 uit? Daarbij is het belangrijk om verder te kijken dan een kabinetsperiode;
  • Wat is de beste bekostiging?

Op 12 december presenteert SEO de uitkomsten van haar onderzoek over het stelsel van kinderopvang tijdens een op bijeenkomst van de SER,  onder leiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer.

De BK heeft een bijdrage geleverd aan het onderzoek en is deelnemer aan het panelgesprek bij deze bijeenkomst. Ons standpunt is dat in het zogenaamde hybride stelsel, ook wel als publiek-privaat omschreven, innovatie en kwaliteitsontwikkeling het beste gedijt. Dat geldt voor kleine en grote kinderopvangorganisaties, die door hun ondernemerschap flexibel in kunnen spelen op de vragen van ouders. Ze zijn wendbaar, efficiënt en zorgen voor continuïteit in de dienstverlening.

Als lid van VNO-NCW voeren we een permanent gesprek met de directie Sociale Zaken van VNO-NCW. Dat heeft tot het idee geleid dat we naar aanleiding van de resultaten van het SEO onderzoek de SER zullen vragen een advies op te stellen over de inrichting van het ‘Toegangsrecht voor Kinderen’ en de bekostiging daarvan.


In deze fase van maatschappelijk debat is het belangrijk vast te stellen dat kinderopvang noch een voorschoolse of schoolse voorziening is. Kinderopvang is een pedagogisch ambacht dat zich onderscheidt van het onderwijsambacht en dat geldt ook andersom. Uit de ervaringen van onze leden, blijkt iedere keer opnieuw dat er geen blauwdrukken zijn voor samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Het gaat om maatwerk, en niet om ‘formats’ die uit instituties voortkomen of vanuit systeemdenken zijn op te leggen. Want stelselwijzigingen, zoals de afgelopen jaren ook bij zorg- en jeugdbeleid is gebleken, zijn allerminst een garantie voor verbetering. De komende jaren is een verbetering en versimpeling van het huidige stelsel noodzakelijk. Dan gaat het om vermindering van financieringsstromen en een vereenvoudiging van het toeslagenstelsel.

Kortom als BK pleiten wij ervoor:

  • Een toegangsrecht voorkinderen van 0 tot 12, met prioriteit voor 0 tot 4-jarigen
  • Extra aandacht voor het toegangsrecht voor ouders met lage inkomens
  • Een SER-advies voor de inrichting van kind voorzieningen, in het huidige stelsel, die goed ondernemerschap stimuleert en waarin innovatie en kwaliteitsontwikkeling het beste gedijt.


Felix Rottenberg
Voorzitter Brancheorganisatie Kinderopvang


Magda Heijtel
Directeur Brancheorganisatie Kinderopvang


*Investeren in voorzieningen voor jonge kinderen loont. Kinderopvang is niet alleen een belangrijk arbeidsmarktinstrument, het levert ook een bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen en het verminderen van achterstanden. Hierover adviseerde de SER in januari in het advies ‘Gelijk goed van Start. Visie op het toekomstige stelsel van voorzieningen voor jonge kinderen’.

Gerelateerde dossiers Politiek & Wetgeving