Samen sterk voor veilig & duurzaam vervoer | 31 oktober 2019

Samen sterk voor veilig & duurzaam vervoer

Woensdagavond debatteerde de Tweede Kamer over de Stint, dit keer naar aanleiding van het OVV (Onderzoeksraad Voor de Veiligheid) rapport over de toelatingsprocedure van de Stint in 2011 en onderzoek van RTL Nieuws over de informatievoorziening door het ministerie.

Het was een wat beladen debat, zowel door het onderwerp als de aanwezigheid van een van de nabestaanden van het ongeval in Oss. Kamerbreed werd benoemd dat er fouten zijn gemaakt bij de toelating van de Stint onder de categorie bijzondere bromfiets. Die was immers bedoeld voor segway-achtige voertuigen, en niet voor vervoer van personen. Adviezen van RDW (over de breedte van het voertuig) en SWOV (over de plek op de weg, maximale snelheid en opleiding van bestuurders) zijn bij de toelating niet voldoende meegenomen. OVV en politiek verbinden hieraan de conclusie dat er onvoldoende oog was voor de veiligheid, en de Stint niet de weg op had gemogen als bijzondere bromfiets. De minister erkende dat de overheid fouten heeft gemaakt en bood hiervoor haar excuses aan.

Natuurlijk werd ook naar de toekomst gekeken. Geen van de partijen die het tijdelijk toelatingskader voor de nieuwe Stint in het voorjaar steunde, heeft die steun ingetrokken. Wel is door alle partijen benadrukt dat veiligheid boven snelheid en innovatie gaat. We kunnen dan ook verwachten dat bij de toelating van de nieuwe Stint de grootst mogelijke zorgvuldigheid zal worden betracht.

Daarnaast was er brede consensus dat de drie aanbevelingen van de OVV onverkort door moeten worden gevoerd: (1) kom tot een integraal kader voor licht gemotoriseerde voertuigen zoals de Stint, e-bakfiets, scootmobiel, gehandicapten-voertuigen en e-steps; (2) tref in dat kader indien nodig maatregelen voor reeds toegelaten vervoersmiddelen en (3) herzie de toelating van nieuwe voertuigen door de verantwoordelijkheid bij een onafhankelijke keuringsinstantie te beleggen.

Hoe de uitvoering van deze voornemens eruit gaat zien, werd al voorzichtig benoemd. De minister gaat in overleg met alle stakeholders, zoals ANWB, RAI, verzekeraars, ouderenbonden – en naar wij aannemen en zullen bevorderen ook de kinderopvang – om een eerste beeld te krijgen van dat kader voor licht gemotoriseerde voertuigen (punt 1 van de aanbevelingen). In december, voor het AO Verkeersveiligheid, zal de minister de Kamer daarover informeren. Voor de zomer 2020 moet de outline van het kader gereed zijn. Bij voorkeur komt er een Europees kader voor “light electronic vehicles” maar gezien de doorlooptijd van EU-regelgeving (5 jaar) verwacht de minister dat er eerst nationale regelgeving moet komen. Over punt 3 van de aanbevelingen, de onafhankelijke keuringsinstantie, zal de minister de Kamer in december informeren hoe dat vanaf voorjaar 2020 vorm aan zal worden gegeven (….volgen jullie het nog?). Tot die tijd zullen adviezen over de toelating van voertuigen (zoals de Stint) van RDW en SWOV worden gevolgd als waren ze bindend.

Naast de Stint, werd in het debat aandacht besteed aan de e-bakfietsen, die door veel van onze leden als alternatief voor de Stint worden ingezet. Conform toezegging aan de Kamer in dit voorjaar, heeft de minister een scan laten doen naar de (veiligheid van) e-bakfietsen. Deze scan wordt uitgevoerd door Arcadis. De minister gaf aan dat zij over een maand duidelijk zal hebben of er maatregelen nodig zijn voor de e-bakfiets. In haar Kamerbrief naar aanleiding van het OVV rapport had zij al laten weten eventueel afspraken over het gebruik van de e-bakfiets te willen maken in het convenant dat we sloten over de Stint.

Het debat zal vermoedelijk consequenties hebben voor onze juridische koers. Die was tot nu toe gericht op het bezwaar maken tegen de schorsing en intrekking van de Stint. We hebben nu een nieuwe situatie, namelijk een overheid die 8 jaar na de toelating stelt dat ze de Stint eigenlijk niet op deze wijze had moeten toelaten.

Het feit dat het debat over de Stint verbonden is aan een vreselijk ongeval, speelt altijd mee in de bewoordingen en beoordelingen. Wat ik lastig vond aan dit debat, is dat de suggestie wordt gewekt dat de adviezen van de RDW en de SWOV 1-op-1 wezen op een onveilig voertuig. De negatieve adviezen hadden echter betrekking op de breedte van het voertuig, de plek op de weg, de maximale snelheid en de opleiding van bestuurders. Zaken die niet direct gaan over de veiligheid van het voertuig zelf. Het is dus niet zo zwart-wit. De vraag aan welke eisen een vervoermiddel voor kinderen moet voldoen is natuurlijk een hele belangrijke, en dat de richtlijn bijzondere bromfiets daar niet het geëigende kader voor bood, is ook helder.

Voor gebruikers en producenten van light electronic vehicles (en voor alle andere weggebruikers) zal het goed zijn als er zo snel mogelijk een samenhangend kader is waar gelijksoortige voertuigen een gelijksoortige beoordeling krijgen en ieder weet waar ze aan toe is. Zodat we niet meer voor verrassingen komen te staan. We hebben het afgelopen jaar actief gelobbyd voor een terugkeer van een Stint 2.0. Bijna te goed – de OVV vindt ons wat te voortvarend. We zullen ons met de branche sterk blijven maken voor veilig en duurzaam vervoer van kinderen op een wijze die aansluit bij onze bedrijfsvoering.

Emmeline Bijlsma
Montris kinderopvang

Gerelateerde dossiers Personenvervoer