Realistische kijk op vaccineren | 09 april 2019

Realistische kijk op vaccineren

De dalende vaccinatiegraad is een maatschappelijk probleem dat niet in de kinderopvang moet worden uitgevochten. Wij zijn van mening dat de overheid haar verantwoordelijkheid moet nemen, met duidelijke regels en indringende voorlichting en het met gezag weerspreken van niet onderbouwde negatieve effecten van vaccinatie. Uiteindelijk ligt het maatschappelijk probleem in de daling van de vaccinatiegraad met alle ernstige gevolgen van dien.

Het wetsvoorstel wil tegemoet komen aan de terechte zorgen van ouders over mogelijke besmetting van hun kinderen in kinderopvangcentra, met in het bijzonder de mazelen. Het wetsvoorstel beoogt juridische onzekerheid bij kinderopvangcentra over het mogen voeren van een weigeringsbeleid weg te nemen.

Het nut van het weigeringsbeleid zoals voorgesteld in het wetsvoorstel is echter beperkt en het is dan ook noodzakelijk - indien de wet door de Tweede Kamer wordt aangenomen en organisaties dit weigeringsbeleid invoeren - ouders goed te informeren over de betrekkelijke betekenis van dit weigeringsbeleid (zie advies van de Raad van State).

Het al dan niet ‘mogen’ weigeren van niet-gevaccineerde kinderen op een kinderdagverblijf kan een schijnveiligheid creëren en is slechts een deeloplossing voor het veel grotere achterliggende probleem. De grootste zorg is namelijk dat de vaccinatiegraad in diverse regio’s tot (ver) onder de 90 procent is gezakt. Daarmee is de collectieve beschermingsgraad in Nederland te laag – ook volgens de statistieken en adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie. In deze ondermaatse bescherming schuilt het risico op terugkeer van niet-ongevaarlijke ‘oude ziektes’ onder niet-gevaccineerde kinderen. Dit vormt een reëel risico voor de volksgezondheid in Nederland.

De aandacht voor de kinderopvang is in dit verband begrijpelijk, maar dit risico lost niet op door kinderopvangorganisaties een poortwachtersfunctie  te geven met een administratieve rol en lasten van dien. Waarom niet? Ten eerste omdat ongeveer de helft van de kinderen in Nederland gebruik maakt van kinderopvang. Het besmettingsrisico speelt dus niet specifiek in de opvang, maar evenzeer op consultatiebureaus , scholen, sportverenigingen, speeltuinen, openbaar vervoer en andere plekken waar veel kinderen bijeen zijn. Ten tweede hebben we al de GGD die van elk kind zorgvuldig bijhoudt of het deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma en daarbij een toezichthoudende taak vervult. Ten derde kunnen baby’s vanwege hun jonge leeftijd nog niet gevaccineerd worden en juist in die kwetsbare periode overal besmet worden door andere besmette (oudere) kinderen.

Kortom: de vaccinatiegraad in Nederland moet zo snel mogelijk terug naar 95% om ‘oude’ ziektes zo veel mogelijk uit te bannen. Dat is het gemeenschappelijke hoofddoel in het belang van allen. Daarbij past een realistische kijk op vaccineren.

Als de kinderopvang daar verder aan kan bijdragen met voorlichting, via overtuiging of andere zinvolle maatregelen, dan zijn we daartoe graag bereid. Want alle medewerkers in de branche doen het liefst alles voor een gezonde ontwikkeling van elk jong kind.

Magda Heijtel
Directeur Brancheorganisatie Kinderopvang