Regels: de drie-uursregeling… | 08 november 2017

Regels: de drie-uursregeling…

Er zijn regels waar je geen speld tussen krijgt: op de snelweg mag je niet harder dan wat er op het bord staat. Dichter bij huis: elke medewerker in de kinderopvang moet een VOG hebben overlegd voor zij of hij kan starten. Klip en klaar. Nu krijgen we per 1 januari 2018 en 2019 veel nieuwe regels in het kader van IKK. Hiervan zijn sommige relatief eenduidig: de BKR bijvoorbeeld. Ik weet nog goed dat het vierogenprincipe werd ingevoerd en hoe lastig dat was voor houders en toezichthouders: wat werd er precies bedoeld, wat is uitvoerbaar in de praktijk en welk doel dient het eigenlijk?

Ook binnen IKK is een aantal regels nog helemaal niet zo eenduidig. Deze week hebben wij als Brancheorganisatie Kinderopvang een animatiefilmpje uitgebracht over de drie-uursregeling. Dat filmpje doet nogal wat stof opwaaien. En alhoewel stof niet leuk is, brengt dat wel het gesprek op gang dat we met elkaar zouden moeten voeren: wat wordt er precies bedoeld, wat is uitvoerbaar in de praktijk en welk doel dient het eigenlijk? De discussie gaat voornamelijk over het al dan niet precies vastleggen van de drie uur waarop je als houder afwijkt. Wij denken dat met het precies vastleggen van de drie uur er waarschijnlijk 2 dingen gaan gebeuren: je bent inflexibel en boet daarmee in aan kwaliteit of je voldoet als houder heel vaak niet aan hetgeen je zelf hebt opgeschreven.

Neem als voorbeeld de pauze van pedagogisch medewerker A. In het pedagogische werkplan staat dat deze elke maandag tussen 13.00 en 13.30 uur plaatsvindt. Op maandag x wil ze met pauze om 13.00 uur, maar er zijn op dat moment drie huilende baby’s. Wat kies je dan: pauze laten ingaan en pedagogisch medewerker B met drie huilende baby’s laten zitten en daardoor minder kwaliteit bieden of de pauze uitstellen waarmee je afwijkt van de tijden die je aan ouders hebt gecommuniceerd en daarmee dus niet aan de regels voldoet?

Wij stellen dat je meer flexibiliteit en dus kwaliteit kan bieden als je de tijden beschrijft waarop je wel en waarop je niet kan afwijken. Daarbij hoort dan wel dat je per dag registreert hoe laat kinderen worden gebracht en gehaald en hoe laat medewerkers met pauze gaan. Met de tegenwoordige digitalisering op de groep zou dat in veel gevallen niet ingewikkeld hoeven zijn. Daarmee behoud je je flexibiliteit en kan je ook nog eens netjes aantonen dat je voldoet aan de regelgeving.

Een argument dat ik deze week hoorde is dat dit financieel zou zijn ingegeven: het tegenovergestelde is echter het geval. Het bieden van kwaliteit en het naleven van de regels zijn voor ons leidend. Drie uur is drie uur en daar mag je niet overheen. Juist met onze handreiking bereik je dat je dat kwalitatief verantwoord kan doen en door het registreren is het ook nog eens aantoonbaar dat je die drie uur niet overschrijdt.

Hoe dan ook – en dat geldt niet alleen voor deze regel – moet er een nieuwe praktijk gaan ontstaan. Een praktijk waarin wij als sector de nieuwe regels zo goed mogelijk implementeren en waarbij de GGD zijn rol van toezichthouder goed moet invullen. En dat is niet eenvoudig met zoveel nieuwe regels en de verandering in de wijze van toezichthouden. Ik moedig iedereen aan om het gesprek met elkaar te voeren over de wijze van invoering van deze nieuwe regelgeving, vanuit de regelgeving maar vooral ook vanuit het gesprek met elkaar over kwalitatief goede kinderopvang. Want dat is toch waar het ons allemaal om gaat.