Een pleidooi tegen vier ogen op de BSO | 12 april 2017

Een pleidooi tegen vier ogen op de BSO

Hoe een verschil van interpretatie kan leiden tot nieuwe regels die niemand wil!
In het kader van de wetsbehandeling IKK dienden Kamerleden Yucel en Ulenbelt een motie in over het vier ogen principe naar aanleiding van de evaluatie van het rapport Gunning.  Hun voorstel was om het vier ogen principe onderdeel te maken van het veiligheidsplan zoals dat in het IKK akkoord is omschreven. De bedoeling was voor de kinderdagverblijven, maar de formulering was kinderopvang. Bij de uitwerking van de motie is daarom het vierogen principe op de hele kinderopvang van toepassing verklaard. Zonder dat dat de bedoeling was van de motie indieners.
Het behoeft geen betoog dat het invoeren van het vier ogen principe op de BSO ongewenste effecten heeft: je wil apart met groepen kinderen activiteiten doen en er zijn kleine of minder goed bezette locaties of dagen waarop je met 1 medewerker en een goede achterwacht staat. Daarnaast ademt het IKK akkoord juist meer ruimte voor de BSO: een verhoging van de BKR van 1 op 10 naar 1 op 12 voor 7+ kinderen en naar 1 op 11 voor een verticale groep. Samen met de andere convenantpartijen heeft de Brancheorganisatie Kinderopvang een brief opgesteld die is verstuurd naar de vaste Kamercommissie van SZW om er voor te zorgen dat de motie wordt uitgevoerd zoals bedoeld: voor de kinderdagverblijven en niet voor de BSO!

Gerelateerde dossiers IKK