Werkbezoek Denemarken: een fantastisch inspirerend programma | 10 maart 2017

Werkbezoek Denemarken: een fantastisch inspirerend programma

Woensdagochtend 8 maart, een verdwaald sneeuwvlokje waait voorbij onder een grijze lucht. Tegen de muur van het gebouw staan 10 peuters opgesteld in dikke skipakken, mutsen en laarzen. 1 peuter draait zich verschrikt om naar de muur bij het zien van ons uitgebreide gezelschap. Onze voorzitter en ondergetekende bevinden zich samen met 20 andere bestuurders uit kinderopvang, onderwijs en overheid in Kopenhagen. Het kinderopvangfonds heeft voor ons een prachtig programma georganiseerd om kennis te nemen en te leren van de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in Denemarken.

Op deze ochtend bezoekt de helft van de groep een school en wij een kinderopvanglocatie waar per dag een kleine 100 kinderen van 0 tot 6 jaar  worden opgevangen. Dat wil zeggen: tweederde van de groep is in huis, een derde is ‘in het bos’. De locatie heeft –zoals meer Deense kinderopvangorganisaties- een dependance in de natuur op een half uurtje rijden van Kopenhagen. Kinderen vanaf 3 jaar gaan steeds twee weken naar de stadslocatie en dan een week naar het bos. In de ‘bosweek’ gaan ze met elkaar heen en terug in de bus, voor ouders is het dus geen logistieke opgave.  De stadslocatie die wij zien is wat robuuster en stoerder dan wij in Nederland wellicht gewend zijn.  Er zijn veel aparte ruimtes om te spelen met heel veel materiaal. Er is een keuken waar een kok de hele dag bezig is en in de huiskamer staat een grote oven waar brood gebakken wordt. De locatie oogt rommeliger dan ik gewend ben uit het Nederlandse maar het stoort me niet,  het zorgt juist voor een aangename, huiselijke sfeer. Nog iets dat opvalt – en wellicht heeft het iets met de georganiseerde rommeligheid en de robuuste uitstraling te maken – bijna de helft van de staf is man. Al dwalend door het pand observeren wij medewerkers en kinderen en wat mij persoonlijk opeens treft is hoe anders het in Denemarken georganiseerd is: kinderen gaan pas met 6 jaar naar school. Nu was dit de derde dag van het werkbezoek en had ik me ingelezen, dus ik wist het wel, maar het ervaren is iets anders. Kinderen van 0 tot 3 zitten op de nursery en van 3 tot 6 op de kindergarten, allemaal in 1 gebouw. Of ze aan leren doen wilde de groep weten. De assistent manager die ons rondleidt antwoord bevestigend maar legt daarbij de nadruk op het spelend leren. ‘Letters leren doen ze maar op school’, is haar antwoord. Hier ligt de nadruk op sociale vaardigheden: samen spelen en delen, functioneren in een groep, normen en waarden. Er wordt heel veel buiten gespeeld, weer of geen weer - ook voor de medewerkers zijn skipakken in huis – en ook is er veel aandacht voor de ontwikkeling van creatieve vaardigheden. Ik denk aan mijn eigen dochter van 5 die onlangs haar eerste toetsen moest doen op reken- en taalvaardigheden en bedenk hoeveel schoolser wij de afgelopen jaren zijn geworden in Nederland.  Van naar school gaan bij 6, nu naar 4 en tot mijn afgrijzen hoor ik sommige mensen ook over peuterscholen praten met bijbehorende peutertoetsen.  Wat kinderen leren tussen 0 en 6 is oneindig veel meer dan in de jaren erna, maar hoe willen wij dat doen: in de schoolbankjes of al struinend in het bos of kliederend in het atelier?

We lopen het pand uit en ik bedenk me wat wij als kinderopvang de kleuters in Nederland zouden kunnen bieden als wij verantwoordelijk zouden zijn voor een dagelijks aanbod voor kinderen van 0 tot 6 jaar: geen toetsen maar spelen, struinen, kliederen en ontdekken. En ondertussen leren, heel veel leren. Van elkaar en van pedagogische experts op het gebied van spelend leren. Wat een mooie stelselwijziging zou dat zijn!

Heidy Knol