Spelend leren | 29 augustus 2016

Spelend leren

Tijdens de afgelopen zomervakantie, keek ik op een warme middag vanuit een ouderwetse ligstoel in de voortuin naar de zijkant van ons huisje aan zee. Kleindochter Davida, in december wordt ze 3, was druk bezig met de buitenkraan. Ze liet zich niet afleiden ook al duurde het lang voordat ze de kraan zonder hulp aan kreeg. Dat lukte en gaf Davida voldoening zonder dat ze in juichen uitbarstte. Het leek wel een scene uit de film Alleman van Bert Haanstra, met het droog komische commentaar van Simon Carmiggelt die de kijker deelgenoot zou maken van het serieuze speelgeluk van een jong meisje. . Ook omdat het lang goed gaat door de combinatie van variatie en eenvoud. Davida had een plan: alle door haar haar gevonden potjes, glazen en emmertjes moesten gevuld worden met water. Na een kwartier stonden die in een scheve slagorde op een rij. Vervolgens werden ze leeggegooid en begon Davida weer opnieuw. Door Davida kreeg ik een associatie.

 Op mijn kleuterschool beschikte het lokaal naast ons over een unieke, hoger gelegen houtspeelwerkplaatsje. Drie kinderen mochten daar telkens een ochtenddeel een hut bouwen. Geweldig was dat: één keer was ik uitverkoren om mee te doen, omdat onze leidster ziek was. Een iets oudere jongen deed me voor hoe je latten naast elkaar kon plaatsen. Dat beeld van de terloopse instructie van een speelgenoot, ben ik nooit vergeten. Dit is bij uitstek ‘ spelend leren’ waar de afgelopen weken een komkomtijd debatje over ontstond in de media. Soms vind ik dat het gehanteerde jargon in zo’n discussie te ver ver weg ligt van wat we peuters zien doen. Eugénie de Bressier, directeur van Alles Kids, schreef in de NRC  van 14 augustus een aanstekelijke bijdrage waarin ze haar ergernis liet blijken over de druk die ze voelt om de opvang van peuters en kleuters in te richten als onderwijs. Over de risico’s en gevolgen daarvan hoop ik de komende maanden op werkbezoek bij U, uitvoerig van gedachten te wisselen.

Gerelateerde dossiers Permanente Educatie