Aantekeningen van werkbezoeken | 14 juli 2016

Aantekeningen van werkbezoeken

Als nieuwe voorzitter van de brancheorganisatie reis ik door het land, om kennis te maken met onze leden en met de mensen die dagelijks zorgen voor goede kinderopvang in Nederland. In principe ben ik één keer per 2 weken in het land voor een werkbezoek.

Van gesprekken met pedagogisch medewerkers, stafmedewerkers, bestuurders en orthopedagogen op locatie leer ik altijd, steeds beter begrijp je de grammatica van de kinderopvang, als eerste schakel in de doorlopende lijn van educatie.

In de ruime hal worden Peter Notten (bestuurder van Korein – een grote KO organisatie met 2000 medewerkers) en ik opgewacht door wat eigenlijk de samenwerkende directie van het IKC kan worden genoemd: Astrid van de Sande teamleider van de Kinderopvang van Korein en Judy-Ann Dingemans, de adjunct-directeur van de basisschool in Woensel West, Eindhoven

De gecombineerde basisschool en kinderopvang zit ingenieus in elkaar, een mooi gebouw, om trots op te zijn. Wat vaak voorkomt: de planning van de bouw duurt lang, waardoor nu geen duurzaamheidsslag is gemaakt – dat is eigenlijk het enige kritiekpuntje. Het IKC telt 12 groepen met in totaal 250 leerlingen en 7 opvanggroepen met 120 kinderen.

Waarom werkt het goed bij jullie vraag ik? “ Niet moeilijk denken, in plaats van wie heeft het voor het zeggen”, is het antwoord. Astrid van de Sande voegt nog toe, ‘als je alles in je eentje op je eigen manier gaat doen,  kom je niet vooruit‘. De verbinding komt in de praktijk tot stand; het IKC kent daarom één gemeenschappelijke leidsters en leerkrachtenkamer.

We hebben het lang over het probleem dat in de Kinderopvang nauwelijks tijd is voor verdieping, scholing of het voorbereiden van projecten. De basisvorming krijgt daar over een jaar aanzienlijk meer budget voor, zodat leerkrachten minder werkdruk ondervinden – er moet dus voor scholing ook een compensatie voor de kinderopvang komen. Waarom heeft de Tweede Kamer dat achterwege gelaten?

Twee dagen later rijd ik door het ommeland van West Friesland. Alien Alberts, gidst me onderweg door de geschiedenis van de kinderopvang door de ontwikkeling van het in 1992 door haar in Hoorn opgerichte Berend Botje, te schetsen. ‘Wij zijn vooral educatie, onze ‘core’ is kinderen opvoeden, arbeidsmarktinstrument is niet nevengeschikt’. De dochter van Alberts, Gaby, die pedagoge en bedrijfskundige is, benadrukt tijdens de lunch de maatschappelijke bewustwording van de noodzaak van kinderopvang, dat is nog een ‘groot ding’. Voor veel jonge meiden en jonge moeders is het niet vanzelfsprekend, het vraagt om een lange en indringende landelijke campagne.

Eerlijk analyseert Gaby Alberts de pedagogische kwaliteit van de Kinderopvang: er is in Nederland sprake van onderscholing, op grote schaal. Terwijl verdieping noodzakelijk is, dan gaat het over breinontwikkeling, en dat krijgt nu te weinig aandacht. Ook het herkennen van achterstanden is te weinig onder de aandacht. De stafmedewerkers van Berend Botje dromen ervan dat er elke maand drie uur ruimte is voor scholing en training. En blijvend coachen, het zou zo vanzelfsprekend moeten zijn.

Als urgent werd ook –in mijn woorden- ‘de soms moeizame’ samenwerking met de regionale GGD’s genoemd. Dat verschilt enorm: de ene GGD zit heel erg op protocollen de ander minder, maar vrijwel alle GGD’s zeggen: wij zijn geen adviseurs maar inspecteurs. Dat is onvoldoende, er is regelmatig gesprek nodig. Niemand durft zijn nek uit te steken om het gesprek over de inspectierol van de GGD te openen. Het zou heel nuttig zijn als de Brancheorganisatie Kinderopvang initiatief neemt.

Dat knoop ik in mijn oren, morgen bel ik met de algemeen directeur van de GGD in Amsterdam voor een afspraak, hij overziet Nederland en is een onbevangen persoonlijkheid. Ik informeer u natuurlijk na mijn gesprek met hem.

  Felix Rottenberg is voorzitter van Brancheorganisatie Kinderopvang